Dit boek vertrekt vanuit de fundamentele, juridische vragen die een vaststellingsovereenkomst met de overheid oproept. Mag de overheid een juridische waarheid fixeren en afwijken van de normaal toepasselijke rechtsregels, wanneer zij tussenpartijdig een geschil oplost via een contract? Dreigt de overheid zo voorbij te gaan aan de regels die zij zelf uitvaardigt? Brengt zij hierdoor de rechtstaat niet in gevaar? Anderzijds lijkt het onverantwoord om als overheid een tussenpartijdige geschiloplossing geheel af te wijzen en louter een bovenpartijdige geschiloplossing na te streven (bv. via een rechter of arbiter). Dat zou elk voordeel van een tussenpartijdige oplossing tenietdoen, die – in principe – sneller, kostenefficiënter en duurzamer kan zijn.
Die schijnbare tegenstelling tracht dit boek te belichten vanuit deze centrale onderzoeksvraag: “In welke mate moet de overheid het evenwicht bewaren tussen minnelijke voordelen en de fundamentele beginselen van de rechtstaat, wanneer zij tussenpartijdig een geschil oplost via een contract?” Die vraag wordt beantwoord in drie stappen, met name via: (i) de beschrijving en classificatie van de tussenpartijdige geschiloplossing met de overheid in het algemeen, (ii) het theoretisch en rechtsvergelijkend kader voor de vaststellingsovereenkomst met de overheid in het bijzonder, en (iii) de evaluatie en aanbevelingen die betrekking hebben op dat kader.
Als synthese blijkt de vaststellingsovereenkomst een volwaardig en wettig beleidsinstrument te zijn voor de overheid binnen strikte randvoorwaarden die zowel bepalen wanneer een vaststellingsovereenkomst met de overheid niet mag, als wanneer aan een dergelijke geschiloplossing net wel de voorkeur moet worden gegeven. Die dubbelzijdige grens beoogt dit boek uit te klaren.
We publiceren alleen reviews die voldoen aan de voorwaarden voor reviews. Bekijk onze voorwaarden voor reviews.