Standaard Boekhandel gebruikt cookies en gelijkaardige technologieën om de website goed te laten werken en je een betere surfervaring te bezorgen.
Hieronder kan je kiezen welke cookies je wilt inschakelen:
Technische en functionele cookies
Deze cookies zijn essentieel om de website goed te laten functioneren, en laten je toe om bijvoorbeeld in te loggen. Je kan deze cookies niet uitschakelen.
Analytische cookies
Deze cookies verzamelen anonieme informatie over het gebruik van onze website. Op die manier kunnen we de website beter afstemmen op de behoeften van de gebruikers.
Marketingcookies
Deze cookies delen je gedrag op onze website met externe partijen, zodat je op externe platformen relevantere advertenties van Standaard Boekhandel te zien krijgt.
Je kan maximaal 250 producten tegelijk aan je winkelmandje toevoegen. Verwijdere enkele producten uit je winkelmandje, of splits je bestelling op in meerdere bestellingen.
Brussel kenmerkte zich tijdens de late negentiende eeuw door een bruisende kunstscène: een divers tentoonstellingswezen, een bloeiende kunstverkoop, de internationaal vermaarde art nouveau en een uitgesproken vernieuwingsdrang. Deze artistieke bedrijvigheid ging gepaard met een massale verslaggeving over kunst in kranten en tijdschriften.
Pro Arte! Cui Bono? brengt deze ongeziene schrijfwoede voor het eerst grondig in kaart. Het boek brengt de aanwas van het veelstemmige kunstdiscours in verband met het machtsvacuüm in de Brusselse kunstwereld door liberaliserings- en privatiseringstendensen en de tanende almacht van het officiële academisme in de kunst. In een verschralend institutioneel klimaat wedijverde een veelheid aan ontvoogde private spelers om het hoogste en het laatste woord over wat (goede) kunst was of hoorde te zijn. Politieke, institutionele, economische en professionele belangen versmolten in dit getouwtrek.
De woekerende pennenstrijd, aangescherpt door bredere maatschappelijke tegenstellingen, bedaarde rond de eeuwwisseling door een herinstitutionalisering van het kunstveld. Met het ontstaan van de kunstgeschiedenis als universitaire discipline en de verwetenschappelijking van de grote staatsmusea gingen officieel opgeleide experts het kunstestablishment domineren. Het pleit om het statuut van kunstkenner was beslecht.