In december 1966 vindt in Gent een groepstentoonstelling plaats met de titel «PLUS» met opzet. Niet alleen de titel is raadselachtig, dat is ook de samenstelling van de groep deelnemende kunstenaars: Amédée Cortier, Yves De Smet, Gerard Geerinckx, René Heyvaert, Willy Plompen, Albert Rubens en Jan Van Den Abbeel. Sommigen onder hen zijn uitgegroeid tot sleutelfiguren van de Belgische naoorlogse kunst, anderen zijn in de plooien van de geschiedenis terechtgekomen.
In dit essay wordt het grillige parcours beschreven van de jonge kunstenaar Yves De Smet die talloze «PLUS»-activiteiten organiseert, alleen of samen met zijn vrienden.
Het verhaal van «PLUS» dat bij momenten leest als een spannende detective, heeft door de accurate beschrijvingen van de verwezenlijkingen van de kunstenaars, hun tomeloze ambities en menselijke tekortkomingen niets aan actualiteit en betekenis ingeboet.
«PLUS» en Yves De Smet. Ideologie, kameraadschap en rivaliteit op het speelveld van de Gentse kunst tussen 1965 en 1970 kadert in het meerjarig onderzoeksproject Gent, speelveld van de beeldende kunst (1957-1987) (KASK & Conservatorium (HOGENT - Howest)) van Godart Bakkers, Koen Brams, Wouter De Vleeschouwer, Sofie Frederix en Naninga Lens. Het project wordt gefinancierd door het Onderzoeksfonds Kunsten van HOGENT.
We publiceren alleen reviews die voldoen aan de voorwaarden voor reviews. Bekijk onze voorwaarden voor reviews.