Standaard Boekhandel gebruikt cookies en gelijkaardige technologieën om de website goed te laten werken en je een betere surfervaring te bezorgen.
Hieronder kan je kiezen welke cookies je wilt inschakelen:
Technische en functionele cookies
Deze cookies zijn essentieel om de website goed te laten functioneren, en laten je toe om bijvoorbeeld in te loggen. Je kan deze cookies niet uitschakelen.
Analytische cookies
Deze cookies verzamelen anonieme informatie over het gebruik van onze website. Op die manier kunnen we de website beter afstemmen op de behoeften van de gebruikers.
Marketingcookies
Deze cookies delen je gedrag op onze website met externe partijen, zodat je relevantere communicatie op onze eigen website en relevantere advertenties van Standaard Boekhandel op externe platformen te zien krijgt.
Je kan maximaal 250 producten tegelijk aan je winkelmandje toevoegen. Verwijdere enkele producten uit je winkelmandje, of splits je bestelling op in meerdere bestellingen.
Ik krijg een hemdje dat tot net onder de navel reikt, en een onderbroek die tot aan de knieën doorgescheurd is. Er zit geen knoop meer aan vast. Nog een broek en een vestje in hopeloos dunne zebrastof, twee vodden om rond de voeten te draaien, een mutsje dat veel te klein is, een paar pantoffels met houten zolen. De afschuwelijkste karikatuur is er een schoonheid tegen. Ge moet uzelf goed in de ogen kijken om tot het besef te komen dat gij het zijt, want al het persoonlijke is verdwenen onder het groteske van deze duivelse poging om van een mens iets minderwaardigers te maken dan een aangeklede aap. Flor Peeters (1909-1989) overleefde 40 maanden in het werk- en uithongeringskamp Sachsenhausen en maakte de Dodenmars mee, een wraakroepende helletocht in de apocalyptische laatste dagen van de oorlog. Na zijn thuiskomst schreef hij zijn ervaringen neer in een indringend, zelfgereconstrueerd dagboek, dat voor het eerst verscheen in 1946. Het is meer dan een klassieke getuigenis van ontberingen, mishandelingen en vernederingen. Peeters, later hoogleraar aan de Gentse universiteit en in 1941 gedeporteerd vanwege zijn radicaal antitotalitaire standpunten, documenteert het rauwe kampleven en fileert daarbij de verwerpelijke grondslag van de naziconcentratiekampen: een leven had er geen waarde behalve een economische. De mens was een slaaf, te vernietigen als hij onbruikbaar werd. In Sachsenhausen, een kamp ten noorden van Berlijn, moesten tienduizenden ongewensten, 'minderwaardigen' en politieke tegenstanders meedogenloze dwangarbeid verrichten en eindeloos lang marcheren of op appel staan, vaak in beestachtige omstandigheden, 'tot je er doodmoe van werd, tot je gek werd, tot je een machine werd'. Om te overleven klampte Peeters zich vast aan zijn idealen: gezin, geloof en vaderlandsliefde. In zijn uitvoerige toelichtingen schetst journalist Lukas De Vos (VRT, Knack) de ruimere historische context en gaat hij onder meer in op Peeters' dogmatische wereldbeeld, dat hem even ongenadig maakte voor het brutale nazisme van de SS-kampleiding als voor het goddeloze communisme van de kapo's.