Standaard Boekhandel gebruikt cookies en gelijkaardige technologieën om de website goed te laten werken en je een betere surfervaring te bezorgen.
Hieronder kan je kiezen welke cookies je wilt inschakelen:
Technische en functionele cookies
Deze cookies zijn essentieel om de website goed te laten functioneren, en laten je toe om bijvoorbeeld in te loggen. Je kan deze cookies niet uitschakelen.
Analytische cookies
Deze cookies verzamelen anonieme informatie over het gebruik van onze website. Op die manier kunnen we de website beter afstemmen op de behoeften van de gebruikers.
Marketingcookies
Deze cookies delen je gedrag op onze website met externe partijen, zodat je op externe platformen relevantere advertenties van Standaard Boekhandel te zien krijgt.
Je kan maximaal 250 producten tegelijk aan je winkelmandje toevoegen. Verwijdere enkele producten uit je winkelmandje, of splits je bestelling op in meerdere bestellingen.
« J’ai attrapé la poésie, cet espoir virulent. Avec, sous les doigts, une légère fièvre, je crève d’envie de vous la refiler, comme ça, du bout des lèvres ». Devenir Poète National de Belgique au moment où le monde vacille un peu, voilà ce que fut le chemin de Carl Norac. Étrange équilibre d’approcher le réel au plus près, souvent dans l’urgence, et d’évoquer à l’inverse la volupté de la lenteur. Ce livre contient deux années de rencontres, de visages, de brèves fugues, de colères, d’émerveillements. La poésie y est toujours, comme le disait Cocteau, « cette nuit posée sur une table », mais il est bon parfois de tenter de lui trouver, à l’envers des circonstances, des lueurs franches.
‘Ik ben besmet met poëzie, met aanstekelijke hoop. Onder mijn vingers broeit een lichte koorts, waarmee ik je graag aan wil steken, zo, met liefkozende lippen.’ Dichter des vaderlands van België worden op het moment dat de wereld wankelt, het overkwam Carl Norac. Vreemd evenwicht, als je enerzijds, vaak inderhaast, de werkelijkheid op de huid probeert te zitten en anderzijds de lof wilt zingen van de traagheid. Dit boek is een weergave van twee jaar ontmoetingen, gezichten, korte ontsnappingen, woede, verwondering. En zoals Cocteau zei, blijft de poëzie nog altijd ‘de nacht die op een tafel wordt gelegd’, maar is het ook goed naar de keerzij van de dingen te kijken en daar levendige sprankels licht te ontdekken.
»Die Poesie hat mich erwischt, diese ansteckende Hoffnung. Mit unter meinen Fingern leichtem Fieber. Ich hätte große Lust, Sie anzustecken, von Mund zu Mund, nichts tät ich lieber.« Er wurde nationaler Dichter in einer Zeit, in der die Welt ein wenig bebte; kein leichter Weg für Carl Norac. Eine Gleichgewichtsübung, bei der er einerseits der Wirklichkeit so nah wie möglich zu kommen versuchte, oft unter Zeitdruck, während er andererseits das Gegenteil, die Lust an der Langsamkeit, zelebrieren wollte. Dieses Buch bündelt die Begegnungen, Gesichter, kurzen Fluchten, Wutausbrüche, Verwunderungen von zwei Jahren. Hierbei ist die Poesie immer — in den Worten von Cocteau — die Nacht, die auf den Tisch gelegt wird. Doch manchmal ist es gut, auch die andere Seite des Geschehens zu beleuchten.