Standaard Boekhandel gebruikt cookies en gelijkaardige technologieën om de website goed te laten werken en je een betere surfervaring te bezorgen.
Hieronder kan je kiezen welke cookies je wilt inschakelen:
Technische en functionele cookies
Deze cookies zijn essentieel om de website goed te laten functioneren, en laten je toe om bijvoorbeeld in te loggen. Je kan deze cookies niet uitschakelen.
Analytische cookies
Deze cookies verzamelen anonieme informatie over het gebruik van onze website. Op die manier kunnen we de website beter afstemmen op de behoeften van de gebruikers.
Marketingcookies
Deze cookies delen je gedrag op onze website met externe partijen, zodat je op externe platformen relevantere advertenties van Standaard Boekhandel te zien krijgt.
Je kan maximaal 250 producten tegelijk aan je winkelmandje toevoegen. Verwijdere enkele producten uit je winkelmandje, of splits je bestelling op in meerdere bestellingen.
"Mais comme j'avais laissé mon troupeau d'idées noires auprès de la futaille, je les y retrouvai. Elles me sautèrent au cou avec des cris de joie, m'appelèrent "petit oncle", et me crièrent toutes sortes de paroles de tendresse, comme: "Enfin te voilà revenu, ah ! ce qu'on est heureuse de te revoir !" Elles se pendaient à mes cheveux, à mes oreilles, à mes doigts, m'enlevaient mes lunettes, renversaient mon verre, salissaient mon pantalon, mettaient des mies de pain dans mes chaussettes. J'étais bien empêtré."
La Grande Beuverie tient de l'écriture automatique, de la pochade ubuesque, de Diderot, de Scarron, de Roussel, de Vian... Pour savoir de quoi ce texte cocasse, léger, inventif et dérangeant retourne, allez donc interroger Aham Egomet p. 110 ! Mais dit-il vrai, Aham Egomet ? Et le narrateur ? Des leçons de Totochabo, que faut-il penser ?