Standaard Boekhandel gebruikt cookies en gelijkaardige technologieën om de website goed te laten werken en je een betere surfervaring te bezorgen.
Hieronder kan je kiezen welke cookies je wilt inschakelen:
Technische en functionele cookies
Deze cookies zijn essentieel om de website goed te laten functioneren, en laten je toe om bijvoorbeeld in te loggen. Je kan deze cookies niet uitschakelen.
Analytische cookies
Deze cookies verzamelen anonieme informatie over het gebruik van onze website. Op die manier kunnen we de website beter afstemmen op de behoeften van de gebruikers.
Marketingcookies
Deze cookies delen je gedrag op onze website met externe partijen, zodat je relevantere communicatie op onze eigen website en relevantere advertenties van Standaard Boekhandel op externe platformen te zien krijgt.
Je kan maximaal 250 producten tegelijk aan je winkelmandje toevoegen. Verwijdere enkele producten uit je winkelmandje, of splits je bestelling op in meerdere bestellingen.
Er wordt in het burgerlijk procesrecht en het bestuursprocesrecht een onderscheid gemaakt tussen bevoegdheden met betrekking tot de feiten en met betrekking tot het recht. In het burgerlijk procesrecht bevatte art. 48 (oud) Rv de verplichting voor de rechter om ambtshalve de rechtsgronden aan te vullen. In dit arlikel werd ook een verbod om de feiten aan te vullen gelezen. De verplichting om de rechtsgronden aan te vullen staat nu in art. 25 Rv. Het verbod om de feiten aan te vullen staat deels in art. 24 Rv. In 1994 is art. 8:69 Awb in working getreden. In het tweede lid is bepaald dat de rechter verplicht is om de rechtsgronden aan te vullen. In het derde lid is bepaald dat de rechter bevoegd is om de feiten aan te vullen. Uit de parlementaire geschiedenis van dit artikel blijkt dat deze twee leden gebaseerd dan wel geïnspireerd zijn op de plicht om de rechtsgronden aan te vullen respectievelijk het verbod om de feiten aan te vullen van art. 48 (oud) Rv. In dit proefschrift wordt de betekenis van art. 8:69 Awb onderzocht. Gezien het verband met art. 48 (oud) Rv luidde de onderzoeksvraag als volgt: wat is de betekenis van art. 8:69 Awb in het licht van art.48 (oud) Rv? Hiervoor is eerst onderzocht welke procesregels onder art. 48 (oud) Rv bestonden. Vervolgens is bekeken welke procesregels uit art. 8:69 lid 2 en 3 Awb volgen. Naast de betekenis van het tweede en derde lid is ook een (niet uitputtend) onderzoek gedaan naar de betekenis van het eerste lid van art. 8:69 Awb. Dit voor zover art. 8:69 lid 1 Awb van betekenis is voor art. 8:69 lid 2 en 3 Awb. De onderzoeksvraag is benaderd vanuit het gezichtspunt van de rechter, de rechtshulpverlener of belanghebbende die zich in een zaak geconfronteerd ziet met de toepassing van art. 8:69 Awb en wil weten wat deze bepaling inhoudt en hoe deze werkt in het proces. Het gaat dan om vragen als: wat zijn de mogelijkheden van deze bepaling? Wat zijn de verplichlingen? Wat zijn de beperkingen? Wat kunnen de partijen verwachten en waarmee moeten zij rekening houden? Dit boek maakt deel uit van het facultaire onderzoeksprogramma 'Geschillenbeslechting'. Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van het E.M. Meijers Instituut voor Rechtswetenschappelijk Onderzoek van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden.