Haar naam betekende ‘klein meisje’ in de taal van haar voorouders. De jonge Inuit Arnarulunguaq (1896-1933) was de dochter van een Groenlandse jager. Het besneeuwde landschap kende ze als haar broekzak, de extreme vrieskou deerde haar niet en ze was niet bang voor het eindeloze duister van de poolwinters. Toen haar vader stierf, was ze pas zeven en heerste er honger in het grote gezin waarin ze opgroeide. Omdat er niet genoeg eten was om iedereen in leven te houden, knoopte haar moeder haar een strop om de hals – maar ze verkreeg het niet over haar hart om haar jongste kind daadwerkelijk te doden.
Jaren later, toen ze Noren en Denen ontmoette die in Groenland kwamen om handel te drijven, wilde Arnarulunguaq maar één ding: deelnemen aan hun expedities. In 1921 sloot ze zich aan bij ontdekkingsreiziger Knud Rasmussen voor een gevaarlijke Arctische reis per slee, die drie jaar zou duren. Ze kookte onderweg voor de mannen en fungeerde als gids – maar ze ontwikkelde zich ook tot een antropologe die objecten verzamelde en de verdwijnende leefwijzen van de Inuit vastlegde. Haar doel was de volkeren aan de overkant van de zee te ontmoeten en haar plaats in de geschiedenis op te eisen.
Dochter van de grote winter, vertaald door Paul Gellings, is haar even meeslepende als indrukwekkende verhaal.
We publiceren alleen reviews die voldoen aan de voorwaarden voor reviews. Bekijk onze voorwaarden voor reviews.