Standaard Boekhandel gebruikt cookies en gelijkaardige technologieën om de website goed te laten werken en je een betere surfervaring te bezorgen.
Hieronder kan je kiezen welke cookies je wilt inschakelen:
Technische en functionele cookies
Deze cookies zijn essentieel om de website goed te laten functioneren, en laten je toe om bijvoorbeeld in te loggen. Je kan deze cookies niet uitschakelen.
Analytische cookies
Deze cookies verzamelen anonieme informatie over het gebruik van onze website. Op die manier kunnen we de website beter afstemmen op de behoeften van de gebruikers.
Marketingcookies
Deze cookies delen je gedrag op onze website met externe partijen, zodat je op externe platformen relevantere advertenties van Standaard Boekhandel te zien krijgt.
Je kan maximaal 250 producten tegelijk aan je winkelmandje toevoegen. Verwijdere enkele producten uit je winkelmandje, of splits je bestelling op in meerdere bestellingen.
Het werk van de Luikse architect Charles Vandenhove –aanvankelijk vooral geconcentreerd in de Luikse regio maar sinds geruime tijd ook in Frankrijk en vooral in Nederland bekend– onderscheidt zich in sterke mate van het oeuvre van andere architecten van zijn generatie door de unieke band die Vandenhove onderhoudt met beeldende kunst en kunstenaars. Zowel in zijn nieuwe ontwerpen (het Théâtre des Abbesses in Parijs of het Paleis van Justitie in ’s-Hertogenbosch) als in de talrijke renovaties (de Brusselse Muntschouwburg of Hôtel Torrentius in Luik) weet Vandenhove telkens weer kunstwerken zo te integreren in zijn eigen architectuur dat beide kunstvormen in ware symbiose leven. Lambriseringen (Vandenhoves referentie-element in de bouwkunst) bewerkt door Sol LeWitt, Marthe Wéry of Jacques Charlier, wandtapijten ontworpen door Luc Tuymans of Jeff Wall, motieven van de hand van Daniel Buren of Patrick Corillon: elk kunstwerk krijgt een eigen plaats in Vandenhoves architectuur waardoor een bewuste interactie ontstaat tussen beide disciplines. Of zoals hij het zelf formuleert: ‘Ik zou willen, een beetje zoals ten tijde van de Renaissance, dat het werk van de kunstenaars in lijn ligt met dat van mij en dat het een niet zonder het ander kan. Dat is heel ambitieus.’