Standaard Boekhandel gebruikt cookies en gelijkaardige technologieën om de website goed te laten werken en je een betere surfervaring te bezorgen.
Hieronder kan je kiezen welke cookies je wilt inschakelen:
Technische en functionele cookies
Deze cookies zijn essentieel om de website goed te laten functioneren, en laten je toe om bijvoorbeeld in te loggen. Je kan deze cookies niet uitschakelen.
Analytische cookies
Deze cookies verzamelen anonieme informatie over het gebruik van onze website. Op die manier kunnen we de website beter afstemmen op de behoeften van de gebruikers.
Marketingcookies
Deze cookies delen je gedrag op onze website met externe partijen, zodat je op externe platformen relevantere advertenties van Standaard Boekhandel te zien krijgt.
Je kan maximaal 250 producten tegelijk aan je winkelmandje toevoegen. Verwijdere enkele producten uit je winkelmandje, of splits je bestelling op in meerdere bestellingen.
‘Dichten is geen wedstrijd, ook al kun je er prijzen mee winnen,’ schreef Remco Campert eens, ‘maar daarmee ben je nog niet de beste. Dat begrip bestaat niet in de poëzie.’ Hij mijmert verder en levert zich over aan een gedachtegang. ‘Misschien zou je Gorter de beste dichter van de Lage Landen kunnen noemen, maar daar komen Lucebert, Kouwenaar, Van Ostaijen en Claus al aangesneld. En Frank Koenegracht. Voor die laatste ben ik bereid “de beste” even te aanvaarden. Even maar, want ik wil hem niet verstikken. Dit overkwam me bij nauwkeurige herlezing van Koenegrachts verzamelbundel. Neem het gedicht Epigram.
Mijn ziel is onzichtbaar en stroomt aldoor maar ik blijf zo kalm als een raam op zondag en in mijn verbeelding zit ik tweemaal zo stil als jullie denken terwijl alles wat donker is komt aansluipen als een langzame lelijke vlieg. En al ons denken is als een hondje in de bocht van de weg.
Bij het laatste beeld spits ik de oren. Dit is geen slapende hond, maar een klaarwakkere. Het is de poëzie zelf.’