• Afhalen na 1 uur in een winkel met voorraad
  • In januari gratis thuislevering in België
  • Ruim aanbod met 7 miljoen producten
  • Afhalen na 1 uur in een winkel met voorraad
  • In januari gratis thuislevering in België
  • Ruim aanbod met 7 miljoen producten
  1. Magazine
  2. Steven Dupré over het magistrale epos 'Pilaren van de aarde'
Steven Dupré

‘Natuurlijk zijn de meest dankbare personages de slechteriken’

Sommige boeken vinden hun publiek haast als een lopend vuurtje. Zonder dat ze hoog aangeprezen werden door recensenten of met grootse publiciteitscampagnes werden gelanceerd, staan ze plots in de bestsellerlijsten en blijven daar wekenlang hangen. Melissa Da Costa’s 'Al het blauw van de hemel' is zo’n boek, of Umberto Eco’s 'De naam van de roos', Khaled Hosseini’s 'De vliegeraar', en ook Ken Folletts 'Pilaren van de aarde', dat in 1989 verscheen. 

Onmiddellijk raakten miljoenen lezers gegrepen door middeleeuwse personages die allemaal betrokken werden bij de bouw van een kathedraal in de 12de eeuw. Ken Follett schreef nog een prequel en een sequel op Pilaren van de aarde, er volgde een televisieserie in 2010, een musical, een game.  En sinds 2022 hebben stripauteurs Steven Dupré en Didier Alcante de gigantische taak op zich genomen om de duizend pagina’s van de roman te verwerken tot een majestueuze strip in zes delen. In mei verschijnt het eerste deel in het Nederlands en van bij de eerste pagina’s weet je dat je als striplezer verwend gaat worden.

We telefoneerden met Steven Dupré die al jaren in Zuid-Spanje woont. 

RECHTENKWESTIE
Steven, het stripavontuur van Pilaren van de aarde is al in 2022 gestart, hoe ben jij betrokken geraakt?
Steven Dupré: Nadat hij Pilaren van de aarde had gelezen, dacht scenarist Didier Alcante meteen dat in de roman een goede strip zat. Hij contacteerde Glénat en na jaren onderhandelen met The Follett Office (rechtenhouder van Ken Folletts werk) verkreeg de uitgeverij de rechten, samen met Robert Laffont, die de roman uitgaf. Er was nooit eerder een roman van Follett als strip geadapteerd, waarschijnlijk duurde het daarom zo lang. Op zoek naar een tekenaar had Didier op mijn Facebookpagina figuurontwerpen gezien van een stripproject dat nooit gerealiseerd werd en zo heeft men ook mij, naast onder meer enkele Italiaanse tekenaars, gevraagd om een paar proefpagina’s te maken. Volgens Didier is er dan op een vergadering met de uitgever na twee seconden beslist dat ik de tekenaar zou worden (lacht). 

AUTO'S VERSUS PAARDEN

Je hebt door de reeks Kaamelott ervaring met het tekenen van een strip die zich in de middeleeuwen afspeelt. Maar is dit toch niet anders? Het is ook wel een fictief verhaal, maar gebaseerd op historische gebeurtenissen. Was het een ander soort voorbereiding?
Neen, want ik bereid me eigenlijk nooit echt voor (lacht) én heb het geluk dat Didier heel graag het opzoekingswerk doet. Hij stuurt me dan alle documentatie door. En gelukkig is er het internet waarop ik zelf ook nog iets kan opzoeken. Bovendien worden we bijgestaan door Nicolas Ruffini-Ronzani, professor middeleeuwse geschiedenis, specialisatie Engeland, aan de universiteit van Namen. Bij twijfel kunnen we hem altijd om advies vragen. Dat gaat dikwijls over kleine onnozele dingen, zoals een waterput in een priorij in de 12de eeuw, had dat een dakje of niet? Basiszaken waarbij je enkel stilstaat wanneer je het in beeld moet brengen.

Steven, Kaamelott en Pilaren van de aarde zijn twee belangrijke series uit je carrière die zich tijdens de middeleeuwen afspelen. Heb je een voorkeur voor dat tijdvak? ?
Ik denk dat het eerder toeval is, maar ik teken wel liever zulke zaken dan moderne toestanden. Ik teken liever paarden dan auto’s. Een auto is een stom ding om te tekenen, ze zijn enkel handig als vervoermiddel (lacht). Een paard ken ik, want ik heb tussen mijn 9de en 16de jaar paardgereden. Ik had een pony en later ook een paard, ken het dier, weet hoe het zich beweegt. Ik heb daar geen foto voor nodig. Ik weet dus zaken over een paard waar een andere tekenaar niet aan zou denken. Zoals bijvoorbeeld hoe de binnenkant van een hoef er uitziet of dat de voorste twee hoefijzers vooraan een lip en de achterste twee hoefijzers twee lippen aan de zijkanten hebben. Zulke zaken ken ik nog van vroeger en eigenlijk zijn die dingen sinds de middeleeuwen nog altijd hetzelfde gebleven.

MAQUETTE
Ik las ook dat de zoon van Alcante een maquette van de kathedraal had gemaakt. Staat die nu bij jou?
Hij heeft een digitale maquette gemaakt met SketchUp. Ik ben momenteel deel vier van de serie aan het tekenen en de kathedraal is ondertussen (spoiler!) afgebrand en moet helemaal heropgebouwd worden. Dan is zo’n maquette heel handig, zeker voor de eerste delen. Ik kon ze draaien en keren, camerastandpunten kiezen… Hij had trouwens meer dan enkel de kathedraal gemaakt. Ook heel het dorp daarrond, met al die huisjes, stonden op de maquette. Weliswaar in basisvorm, maar zeer nuttig, bijvoorbeeld om het aantal ramen of de plaatsing ervan te weten, de steunberen…

Toen je de roman las, waren er al meteen personages die je aantrokken?
De roman staat bol van de boeiende personages en natuurlijk zijn de meest dankbare de slechteriken. Die aartsbisschop bijvoorbeeld, die Waleran is een intrigant van het zuiverste water.

WERK
Als ik al die eerste pagina’s zie, de schipbreuk van ‘het witte schip’ en de scène op de markt, hoeveel uren ben je daar niet mee bezig?
Wel, dat gaat vlotter dan dat de meeste mensen denken omdat ik bij zo’n scène mijn potloodtekening niet helemaal uitwerk. Veel van die mini-ventjes teken ik meteen in inkt, want die potloodtekening krijgt toch niemand te zien. Aan een doorsneepagina besteed ik gemiddeld één dag werk in potlood, drie dagen inkt.

AANSTORMEND LEGER
Zijn de scènes met paarden diegene die je dan graag tekent?
Ook, maar ik ben zeker blij wanneer er een pagina is waar voor een keer niet te veel op staat (lacht). Didier heeft nogal een voorliefde voor grote scènes over twee pagina’s en daar kijk ik niet echt naar uit. Hij heeft me eens een heel leger te paard stormend uit een bos laten tekenen. In die ene prent, die door de lezer waarschijnlijk even kort wordt bekeken als een close-up, kruipt heel veel werk. Dat is soms wel wat frustrerend. Maar ook in ‘gewone’ pagina’s met tien, elf prenten, steekt eveneens veel tijd. Veel ruimte om te relaxen is er niet, tijdens het werk tenminste.