Lucky Luke viert dit jaar, in 2026, zijn 80e verjaardag. Ter gelegenheid daarvan verscheen in 2025 al een hommage aan de stripcowboy uit de Wild Wild West. In 2026 mogen fans zich bovendien verheugen op twee nieuwe Lucky Luke-strips: het langverwachte derde deel van Lucky Luke door Bonhomme en een nieuw album in de hoofdreeks De nieuwe avonturen van Lucky Luke. Het jubileum gaat dan ook gepaard met heel wat feestgedruis, waaronder een interessante expo over de stripheld in Dortmund.
DAKOTA 1880
Het verhaal van de oorsprong van Lucky Luke

Toen Matthieu Bonhomme in 2016 met 'De moordenaar van Lucky Luke' het eerste album in een nieuwe hommagereeks Lucky Luke door … uitgaf, legde hij de lat meteen hoog. Sindsdien volgden nog Lucky Lukes door … van Bouzard, Mawill, Ralf König en Blutch. Zij gingen allemaal de komische toer op, maar scenarist Appollo (Olivier Appollodorus) en tekenaar Brüno kiezen met het album Dakota 1880 opnieuw voor een meer realistische en bijzonder krachtige hommage.
Olivier, wat was eigenlijk je eerste reactie toen je het voorstel kreeg een Lucky Luke door … te realiseren?
Appollo: Als kind vond ik Lucky Luke een van de leukste stripseries en ik herlees de albums als volwassene nog steeds! Mijn eerste reactie was dus tweeledig: enerzijds een echt jeugdig enthousiasme omdat ik als het ware een held uit mijn kindertijd toevertrouwd kreeg, anderzijds een grote angst om in de voetsporen te treden van Morris en Goscinny, twee giganten uit de stripwereld. Om niet verlamd te raken en de sprong te wagen, heb ik wel de overredingskracht van Brüno nodig gehad. Die zei: ‘Kom op, we gaan ervoor, het wordt geweldig!’
Hebben jullie richtlijnen of beperkingen gekregen?
Nee, niet echt, we kregen carte blanche. Men vertrouwde ons volledig, aangezien het een hommage-album is en men van ons verwachtte dat we het personage op onze eigen manier zouden herinterpreteren. Er waren toch twee beperkingen: Luke mag niet roken en hij mag niemand doden. De tweede beperking was de meest hinderlijke als je besluit om een ‘realistische’ versie van een cowboy te maken die af en toe het recht in eigen handen neemt. Dat brengt nogal wat beperkingen met zich mee, maar we hebben oplossingen gevonden.
Je hebt er bewust voor gekozen om geen lang verhaal te vertellen, maar meerdere korte verhalen. Waarom?
Het korte verhaal is in de Franse stripwereld aan het verdwijnen en de lange graphic novel is de norm geworden. Maar ik vind dat korte formaat, zoals Pratt het bijvoorbeeld gebruikt, wel leuk. En je hebt het Lucky Luke-album 47 met de titel 7 korte verhalen, dat een beetje uniek is in de reeks. Ik vond het fijn om daar een soort continuïteit aan te geven. Ten slotte is het ook een manier om je te onderscheiden van de hoofdreeks, om een iets andere toon te vinden.
Je laat de verhalen evolueren met een Lucky Luke zonder Jolly Jumper/Rataplan/de Daltons … Wilde je dat erfgoed vermijden?
Gedeeltelijk wel. Aangezien 'Dakota 1880' een soort knipoog is naar Arizona 1880, het allereerste avontuur van Lucky Luke door Morris, en we in 2026 de 80ste verjaardag van het personage vieren, wilden we het verhaal van de oorsprong van Lucky Luke vertellen, een soort jeugd van Lucky Luke, voor hij de Lucky Luke werd die we kennen. Ik wilde afstand nemen van de meest voor de hand liggende canons van de serie. En ik wilde ook trouw blijven aan een bepaalde, misschien minder voor de hand liggende geest van de avonturen zoals die door Morris en later door Goscinny bedacht zijn.
Je komt oorspronkelijk uit Réunion. Heb je elementen uit jouw geboortestreek verwerkt in de avonturen van Lucky Luke?
Het klopt dat ik met een westernverhaal afstand moest nemen van mijn vertrouwde omgeving (Réunion, de Indische Oceaan, Afrika …), maar het personage Baldwin heeft me gered: hij komt uit Louisiana, dus uit een creoolse wereld die in veel opzichten lijkt op die van mijn eiland. Ik heb de western ‘gecreoliseerd’ en Lucky Luke zelfs in het creools laten spreken!
Is 'Dakota 1880' ook een eerbetoon aan Morris?
Hoewel je op het eerste gezicht zou denken dat noch de tekenstijl, noch de toon overeenkomen met het werk van Morris, is het in de uitwerking van elk verhaal, de nevenpersonages, het kleurenpalet en de vele knipogen die het album rijk is, een groot en oprecht eerbetoon aan Morris en Goscinny!
Welke personen hebben eigenlijk jouw werk beïnvloed?
Oh, dat zijn er zoveel! In de literatuur Flaubert, Jean Rolin, J.M. Coetzee, in de stripwereld natuurlijk Morris en Goscinny, Hergé, Pratt, Moebius, Tardi, Forest, Clowes, Blutch, de lijst is te lang!

Als kind droomde Bonhomme er al van dat Lucky Luke hem zou komen opzoeken toen hij in de zandbak speelde. Meer dan dertig jaar later maakt hij een eigen droom waar: hij geeft Lucky Luke een volledig nieuw avontuur, en zelfs een nieuw leven.
Lucky Luke lijkt wel jouw ware jeugdheld?
Bonhomme: Ik ben opgegroeid met Lucky Luke. Die albums waren mijn allereerste leesvoer. Ik heb ze wel honderd keer gelezen en herlezen, gewoon om het gevoel te krijgen dat Lucky Luke een echte vriend was, iemand van vlees en bloed.
Heb je persoonlijk favoriete albums?
Onmogelijk te zeggen, eigenlijk. De reeks bestaat uit zo veel meesterwerken. Alle albums waar de Daltons in voorkomen, bijvoorbeeld. Maar er zijn wel drie albums die me heel nauw aan het hart liggen, en dat zijn vreemd genoeg geen albums met de Daltons. Het zijn de albums waarin Lucky Luke een vriend heeft: Tenderfoot, Het 20ste cavalerie en Prikkeldraad in de prairie. Als jonge lezer konden die verhalen me het meest bekoren, want zo kon ik me in de plaats van de vriend van Lucky Luke stellen en me zijn vriend wanen. Maar we leren in die vriendschapsrelaties vooral een meer menselijke, sympathieke, vriendelijke en zelfs ontroerende Lucky Luke kennen. Dat heb ik van het personage onthouden… en in mijn verhaal heb ik hem dan ook een vriend gegeven.
Wat is jouw favoriete personage?
Naast Lucky Luke is dat ongetwijfeld Jolly Jumper. Hij praat – tegen zichzelf, tegen ons – met zo’n fantastisch gevoel voor humor. Hij heeft een soort fijnzinnige ‘blasé’-houding, met van die typisch Engelse humor.
Ik las in een interview dat ook Peyo een geliefkoosd stripauteur van je is?
Ik hou ontzettend van Peyo, vooral omwille van zijn serie Johan en Pirrewiet. Hij is voor de middeleeuwen wat Morris voor mij voor de western is. Vandaag ben ik wel geneigd te zeggen dat op het niveau van de pure tekening Morris eigenlijk de ‘boss’ is.
Heb jij iets geleerd van Morris en Peyo?
Peyo ging op eenzelfde manier te werk als Morris. Wat Peyo van Morris leerde en ik op mijn beurt van hen beiden, is het grote belang van de leesbaarheid van het verhaal. Alles moet in het teken van het verhaal staan. Het ego van de auteur moet daarbij verdwijnen. En gezien hun geweldige talent konden Morris en Peyo zich echt concentreren op de nauwkeurigheid van de ‘mise en scène’ en de onderlinge verhouding van de personages.
Heb je nog andere voorbeelden in het striplandschap?
Natuurlijk houden mijn invloeden niet op bij die twee namen. Giraud is vanzelfsprekend van grote invloed. Van onder meer Derib, Rossi, Cosey, Pratt en (recenter) Christophe Blain en Blutch leer ik nog altijd bij door hun platen te bekijken en te bestuderen.
Een eigen strip maken van een jeugdheld kan dan wel een enorme uitdaging zijn, maar ik neem aan dat je tegelijkertijd een zekere schroom voelt om zo’n project aan te vatten?
Ik krijg al een tiental jaren regelmatig voorstellen om een ‘reprise’ te maken. Zo heb ik ook de vraag gekregen een Robbedoes door… te tekenen. Ik kwam vaak in de verleiding, maar ik heb die voorstellen toch geweigerd omdat het niet echt mijn ding was. Met Lucky Luke lag dat vanzelfsprekend anders. Mijn liefde voor het westerngenre en natuurlijk voor het personage gaven mij het extra zetje om het met Lucky Luke wel te proberen. Twee jaar lang heb ik dan zelf voorstellen gedaan, aanvankelijk zonder succes.
Het is je dan toch gelukt. Wat was de belangrijkste moeilijkheid bij de benadering van het personage en de strip?
Er zijn al getalenteerde auteurs met de hoofdserie bezig. Ik wou iets anders doen, het personage een beetje naar mijn hand zetten, de figuur van de cowboy bewust op een andere manier invullen. Als er in het Wilde Westen duels werden uitgevochten, was dat echt gevaarlijk. Dat element van realisme wou ik in de strip brengen.
Was het voor jou lastiger een verhaal voor Lucky Luke te verzinnen dan een ander verhaal?
Dat dacht ik in het begin. Maar eigenlijk kwam de verhaallijn heel vlotjes en spontaan, en dat was een aangename verrassing. Waarschijnlijk heeft het te maken met het feit dat ik het personage zo goed ken. Waarom rookt Lucky Luke niet? Lucky Luke mag niet meer roken. Dat werd me opgelegd door de erfgenamen van Morris. Daarom heb ik het thema van het niet meer roken in mijn verhaal verwerkt. Als je het album leest, zal je weten waarom hij gestopt is met roken.
Een andere heel menselijke cowboy die in het verhaal opduikt, is Doc Wednesday. Kan je iets meer over hem vertellen?
Ik heb Doc uitgekozen als vriend van Lucky Luke. De figuur is gebaseerd op een beroemd historisch personage in het Wilde Westen, Doc Holliday, die ook een rol gespeeld heeft tijdens het beruchte vuurgevecht bij de O.K. Corral. Ik wou dat hij een soort tegenpool van Lucky Luke was, een tegenovergestelde dubbelganger. Hij is een goeie ‘gunslinger’ en heeft allerlei ondeugden die Lucky Luke niet heeft. Sigaretten, pruimtabak, alcohol, vrouwen, gokspelen… Eigenlijk is hij iemand die Lucky Luke zou kunnen worden als hij een echte cowboy zou zijn.
Waarom heeft de western zo’n succes, denk je?
De western is eigenlijk een ongelooflijk genre. Avontuur, exotisme, simpele menselijke waarden, snelle oplossingen, actie, het zit er allemaal in. Na de Tweede Wereldoorlog is het genre in Frankrijk populair geworden, mede dankzij de enorme belangstelling die er toen voor Amerika was. Op stripgebied hebben zich in Europa echt grote talenten op het genre gestort. Dat die trend zich nu nog altijd doorzet, komt in de eerste plaats door de invloed van auteurs als Morris, Giraud, Derib, Hermann en nog een aantal anderen. Hun opvolgers zijn eveneens gebeten door het westerngenre. Terecht, want het laat ons dromen.
DE INFLUENCERS VAN LUCKY LUKE-TEKENAAR ACHDÉ
We voeden ons met wat we zien of horen

Sinds tekenaar Achdé begon te teamen met scenarist Jul is er na het legendarische duo Morris-Goscinny opnieuw een gouden duo aan het werk dat de westernheld Lucky Luke komische, verrassende en ook soms maatschappijkritische avonturen laat beleven. Wat is het geheim van die succesformule? We vroegen het aan Achdé.
Jul komt met zijn scenario’s steeds onverwacht uit de hoek. Wat zijn volgens jou zijn sterke punten?
Achdé: Jul verwerkt graag ‘de tijdgeest’ in zijn verhalen en dat doet hij met veel talent en humor. De Israëlieten en hun tradities, racisme en slavernij, de relatie tussen Frankrijk, de VS en het kapitalisme, dierenrechten en sociale bewegingen. Voor mij is de opgave dan om zijn scenario’s zodanig in beeld te brengen en de tekeningen zodanig uit te werken dat het verhaal grappig en toegankelijk blijft voor zoveel mogelijk lezers, jong en oud. Maar uiteindelijk, ook al kost het veel werk, slaat het resultaat duidelijk aan en daar ben ik blij om.
Wat trok je in het bijzonder aan in Cowboy van het vat?
In 2008 had ik samen met uitgever Claude de Saint-Vincent een opzet voor een dergelijk verhaal bedacht, maar Jul heeft het uiteindelijk met veel inventiviteit en humor geschreven. Voor het eerst verandert Lucky Luke echt van universum. Hij verlaat het Westen – met zijn oneindige landschappen, zijn wildernis en zijn indianen – en trekt naar het Oosten, met zijn smerige voorsteden, zijn uitgebuite arbeiders, zijn sociale bewegingen en een ‘ander’ soort Amerika. Het is een Amerika waar we minder van houden, het Amerika van het schandalige kapitalisme, waar de mens uiteindelijk niet meer is dan een radertje in het wiel ten voordele van enkelen. Het is geen indianenoorlog die Lucky Luke zal moeten beslechten, maar een arbeidersoorlog! Veel moeilijker, geloof me! (Lacht.)
Voeg je eigen elementen aan het verhaal toe?
Met Jul is het leven niet altijd ‘een lange stille rivier’! Zoals alle kunstenaars heeft hij soms het gevoel dat zijn keuzes van beelden de enig mogelijke zijn, wat het niet altijd makkelijk maakt. Het begin van onze samenwerking voelde een beetje als een sport aan! (Lacht.) Dus kwamen we tot een mooie overeenkomst: ik raak niet aan zijn tekst en dialogen en hij bemoeit zich niet met mijn lay-out en tekeningen. Die vorm van samenwerking werkt heel goed. Er kan een uitzondering zijn als Jul een fout maakt tegen het universum van Morris, of als ik eens een goede gag bedenk waarover de redacteur enthousiast is. (Ja, dat gebeurt soms!) Dus ja, ik voeg visuele gags toe, zoals wanneer Lucky Luke er bij de dokter sneller vandoor gaat dan zijn schaduw, of grafische knipoogjes die de actie ondersteunen, zoals mijn ‘hommage’ knipoog aan de twee oude mannetjes in het theater uit The Muppet Show. Ook bij de nevenpersonages, op affiches of in het decor, zal je grappige extraatjes herkennen. O ja, ik moet toegeven dat ik dit keer een beetje contractbreuk heb gepleegd: de cover is helemaal van mij en het was een beetje een sport om die erdoor te krijgen! (Lacht.)
Achdé, wie zijn eigenlijk de vijf mensen die je werk hebben beïnvloed?
Maar vijf? Onmogelijk! Grafisch gezien zijn er Uderzo, Jack Davis en Tex Avery voor de beweging, expressie en gekte in hun verhalen, Morris voor zijn kadrering en paarden, en Franquin en Will Eisner voor hun inventiviteit. Voor de teksten zijn dat Pierre Desproges, Kipling en Clifford D. Simak. Ik hou van hun woordenrijkdom en stijl. Maar ik zal er ongetwijfeld een paar vergeten.
Als kunstenaars zijn we allemaal ‘sponzen’. We voeden ons met wat we zien of horen. Voor mijn laatst verschenen album, AÏE!, werd ik bijvoorbeeld geïnspireerd door mijn herinneringen aan de medische wereld waarin ik gewerkt heb. Kortom, ik pik alles op wat ik kan krijgen! (Lacht.)
EXPO IN DORTMUND
Exclusieve originele pagina’s van Morris
Nog meer Lucky Luke? Het is maar een paar uurtjes rijden naar Dortmund voor de expo in Schauraum: Comic + Cartoon. De tentoonstelling toont originele pagina’s, tekeningen, archiefmateriaal en eerste publicaties van 1946 tot nu.
Bijzonder opmerkelijk zijn de originele pagina’s van Morris en René Goscinny uit de jaren 1950 en 1960 die tot nu toe slechts zelden te zien waren, omdat Morris tijdens zijn leven nauwelijks pagina’s heeft uitgeleend.
De expo is gratis en loopt nog tot 6 april 2026. Meer info op dortmund.de/comic.